Verhalen  en Gedichten

"Hij liep over de brug op weg van school naar huis .Onder hem kwam eerst het snelle donkere water van de rivier, daarna volgde het doordringende groen van de uiterwaarden. Op de brug puften en sisten nog stoomtreinen. Boven de uiterwaarden verloor hij de huissleutel. De sleutel glipte uit zijn handen en viel door een kier van de brug. Hij werd bang, durfde zonder sleutel niet naar huis. Onderaan de brug zocht hij een pad door de uiterwaarden tot onder de brug. Hij vond de sleutel in het gras.  Zonder sleutel  had hij moeten aanbellen en  zijn moeder zou niet hebben open gedaan. Ze was te druk in haar hoofd..."

Een kleine gebeurtenis uit een ver verleden. Hoe vreemd het land van het verleden ook was geworden, de sleutel opende een koffer vol verhalen. Zeventig jaar later keren de moeder en die kleine jongen terug tijdens een vertelavond waarin levenservaring, vertelplezier  en een schat aan verhalen elkaar vinden:

TIJD DOOD EN ANDERE ONGEMAKKEN

 "Reizigers zijn we allemaal. Vanaf het moment dat we herinneringen opslaan worden we reizigers met verhalen. Koffers vol verhalen zeulen we achter ons aan. Aan het einde van de reis blijven ze ergens staan, verdwijnen onder het stof, tenzij ze worden geopend door een verteller, die de verborgen verhalen van  een vergeten reiziger opnieuw een stem geeft..."

DE VERHALEN:

*De oorsprong van de dood: ...De goden beseften dat de vrouw alleen leefde in haar nu, zij bestond alleen in dat onveranderlijk moment. Dat was alles wat zij kende. De goden brachten de aarde in beweging, in een draaiende beweging en zo ontstond de eerste zonsondergang. De nacht kwam en de vrouw viel in een diepe slaap. De eerste slaap die ze ooit geslapen had. Toen ze in de ochtend ontwaakte dansten de zonnestralen hun eerste kleurrijke dans aan de oostelijke horizon...

De dood en BaBa Tsganka: ...Op dat moment kraakte deur van de hut en op de drempel stond voor de derde maal...de Dood, somber grijnzend en in zijn handen de dof glanzende zeis. “Had je niet kunnen vertellen dat je zou komen”, riep Baba Tsganka. “Maar beste mevrouw, heeft mijn vogel dan niet mijn komst gemeld?”, was het antwoord van de Dood...

Steenslag en pijnpunten: ...Op die smalle zandstrook liggen niet alleen haar stenen, het zijn ook mijn stenen. Te lang heb ik ze meegezeuld. Ik laat ze hier achter. De littekens waar ik ze heb gevoeld zijn er nog, hun gewicht is verdwenen. Op de vochtige zandpaden staan mijn voetstappen: voetstappen heen, voetstappen terug. De laatsten zijn minder diep...

De koning en de schoenmaker: De koning die het allemaal zag gebeuren, liep naar de schoenmaker toe. Hij greep zijn beide handen en keek hem diep in de ogen. "Ik ben de koning. Ik ben de vriend die de laatste avonden bij jou op bezoek is geweest. Ik wil dat je bij mij in het paleis komt wonen en mijn raadgever wordt. Leer me alsjeblieft hoe ik bij de dag moet leven...

De stilte van de nachtegaal: ...Dag en nacht heb ik gehuild en geklaagd, mijn verdriet eruit geschreeuwd, maar de man dacht dat ik hem bedankte voor zijn goede zorgen. Toen kwam de andere vogel die tegen mij zei: “Houd op met dat gehuil en geklaag. Door dat gejammer zit jij opgesloten in je kooi.” Vanaf dat moment heb ik gezwegen.”...

Ophelia’s schaduwspel: " Ben jij een schaduw?", vroeg juffrouw Ophelia. De schaduw knikte. "Maar een schaduw hoort toch bij iemand?", vervolgde ze. "Nee", zei de schaduw, "niet allemaal. Er zijn een paar schaduwen te veel op de wereld. Die horen bij niemand en er is niemand die ze wil hebben. Ik ben er zo een. Ik heet Schaduwschelm.""Oh", zei juffrouw Ophelia, "en is het niet triest om bij niemand te horen?" "Heel triest", verzekerde de schaduw. "Maar wat doe je eraan?" "Wil je niet bij mij komen?" vroeg juffrouw  Ophelia, "Ik heb ook niemand bij wie ik hoor."

We spelen een rol in ons eigen verhaal en in dat van mensen die dicht bij ons staan. Uit de koffer met mijn eigen bagage van een leven lang, heb ik, te midden van andere verhalen, het verhaal verteld van het moeizame, trieste leven van een vrouw.  Mijn koffer is lichter. Er zijn nieuwe verhalen waarmee ik verder ga om te vertellen aan wie er naar luisteren wil: in een tuin ,een toren, een museum, een klaslokaal of op deze verborgen plek:


Onder de Xeniabeuk

Gesprekken in het grensgebied

Wanneer zal onze beuk weer uitlopen? Het is de vraag van een van de bewoners van het huis. We zitten samen voor het raam. Het is vrijdag, veertien december. De winter krijgt de natuur in zijn greep. We veronderstellen samen dat het wel maart, april zal worden. De boom staat er wat doods bij, om de voet een krans van verdorde bladeren en in de boom een verdwaald blad dat op breken staat.  In het grensgebied van twee seizoenen mag het leven in de boom dan wat vertraagd zijn, we gaan er voetstoots van uit dat de boom in het voorjaar weer uitbundig zijn veerkracht zal tonen. Mijn gesprekspartner in de rolstoel weet maar al te goed dat de boom hem ruimschoots gaat overleven. Een andere bewoner meldt vanuit zijn bed voor het raam dat hij bezig is de muziek uit te kiezen voor zijn begrafenis. Het wordt de soundtrack van een western. Als het lenteleven van de beuk weer op gang komt, is vrijwel zeker die soundtrack allang verstomd. Het leven van de boom is op die plek niet weg te denken. Waar de kwetsbaarheid van de bewoners in hun grensgebied voortdurend aan de orde is, zal de boom wellicht nog lang fungeren als grenspaal. De onwrikbaarheid waarmee hij zijn plek opeist voor het huis, doet je bijna vergeten dat eindigheid ook op hem van toepassing is. En dat is nu juist waar dit huis zijn bestaansrecht aan ontleent: het besef van eindigheid op een moment dat het ondenkbaar is. In dit grensgebied vindt de ontmoeting plaats tussen de grensbewoners die de grens over moeten en de grensbezoeker die terug kan gaan naar zijn leefgebied. De boom is niet alleen de markante grenspaal tussen het hectische verkeer van de Hooigracht en de Middelste Gracht met de afgetrapte fietsen voor een huis met studenten, die van hun toekomst dromen. De boom markeert het gebied waar de toekomst van bewoners stopt  en toekomst van een bezoeker even stilstaat. De herfst is bijna voorbij. De verteller zwijgt, hij is nog even grensbezoeker.

Xenia is een hospice in Leiden: Een gastvrije huis voor jonge mensen te vroeg op weg naar het einde.