Verhalen  en Gedichten

"En zelfs wanneer er op een dag niet meer geschreven of gedrukt kan worden of mag, wanneer boeken als overlevingsmiddel niet meer te krijgen zijn, dan zullen er vertellers zijn, die ons van mond op oor beademen, doordat ze de oude verhalen tot nieuwe draden spinnen: luid, hijgend, en vertraagd, soms met een lach en soms met een traan." (Günther Grass)

Op 10 december 2018 heb ik, op een vertelavond te midden van verwante verhalen, het  trieste verhaal verteld van de  eenzame vrouw die mijn moeder was. Daarmee kon ik nieuwe draden spinnen tot een web om verhalen te vangen die nog niet verteld zijn. Verhalen voor een nieuwe reis, want reizigers zijn we allemaal. Vanaf het moment dat we herinneringen opslaan worden we reizigers met verhalen. Koffers vol verhalen zeulen we achter ons aan. Aan het einde van de reis blijven ze ergens staan, verdwijnen onder het stof, tenzij ze worden geopend door een verteller, die de verborgen verhalen van  een vergeten reiziger opnieuw een stem geeft.

DE VERHALEN van die avond:

*De oorsprong van de dood: De goden beseften dat de vrouw alleen leefde in haar nu, zij bestond alleen in dat onveranderlijk moment. Dat was alles wat zij kende. De goden brachten de aarde in beweging, in een draaiende beweging en zo ontstond de eerste zonsondergang. De nacht kwam en de vrouw viel in een diepe slaap. De eerste slaap die ze ooit geslapen had. Toen ze in de ochtend ontwaakte dansten de zonnestralen hun eerste kleurrijke dans aan de oostelijke horizon...

De dood en BaBa Tsganka: Op dat moment kraakte deur van de hut en op de drempel stond voor de derde maal...de Dood, somber grijnzend en in zijn handen de dof glanzende zeis. “Had je niet kunnen vertellen dat je zou komen”, riep Baba Tsganka. “Maar beste mevrouw, heeft mijn vogel dan niet mijn komst gemeld?”, was het antwoord van de Dood...

Steenslag en pijnpunten: Op die smalle zandstrook liggen niet alleen haar stenen, het zijn ook mijn stenen. Te lang heb ik ze meegezeuld. Ik laat ze hier achter. De littekens waar ik ze heb gevoeld zijn er nog, hun gewicht is verdwenen. Op de vochtige zandpaden staan mijn voetstappen: voetstappen heen, voetstappen terug. De laatsten zijn minder diep...

De koning en de schoenmaker: De koning die het allemaal zag gebeuren, liep naar de schoenmaker toe. Hij greep zijn beide handen en keek hem diep in de ogen. "Ik ben de koning. Ik ben de vriend die de laatste avonden bij jou op bezoek is geweest. Ik wil dat je bij mij in het paleis komt wonen en mijn raadgever wordt. Leer me alsjeblieft hoe ik bij de dag moet leven...

De stilte van de nachtegaal: Dag en nacht heb ik gehuild en geklaagd, mijn verdriet eruit geschreeuwd, maar de man dacht dat ik hem bedankte voor zijn goede zorgen. Toen kwam de andere vogel die tegen mij zei: “Houd op met dat gehuil en geklaag. Door dat gejammer zit jij opgesloten in je kooi.” Vanaf dat moment heb ik gezwegen.”...

Ophelia’s schaduwspel: " Ben jij een schaduw?", vroeg juffrouw Ophelia. De schaduw knikte. "Maar een schaduw hoort toch bij iemand?", vervolgde ze. "Nee", zei de schaduw, "niet allemaal. Er zijn een paar schaduwen te veel op de wereld. Die horen bij niemand en er is niemand die ze wil hebben. Ik ben er zo een. Ik heet Schaduwschelm.""Oh", zei juffrouw Ophelia, "en is het niet triest om bij niemand te horen?" "Heel triest", verzekerde de schaduw. "Maar wat doe je eraan?" "Wil je niet bij mij komen?" vroeg juffrouw  Ophelia, "Ik heb ook niemand bij wie ik hoor."

Mijn koffer is lichter. Steenslag en pijnpunten ben ik kwijt. Nieuwe verhalen neem ik mee om te vertellen aan wie er naar luisteren wil: in een tuin ,een toren, een museum, een klaslokaal of zomaar op een plek waar luisteraars zijn. In het hart van de driehoek-luisteraar, verhaal, verteller- bloeit mijn vertelling: een cadeau dat ik u met liefde aanbied.